Leren doe je niet alleen met je hoofd, maar ook met je hart en handen!. Daarom is beeldende vorming een belangrijk vak. Bij dit vak wordt je aangesproken op jouw creatieve talenten. Uiteindelijk kun je ook examen doen in handvaardigheid. Bij beeldende vorming is er een combinatie van werken in het platte vlak en ruimtelijk werk, zoals boetseren met klei. Naast het zelf doen wordt er ook gekeken naar beelden. We kijken naar ons eigen werk en het werk van medeleerlingen. Ook kijken we naar het werk van kunstenaars en naar vormen uit onze eigen cultuur en andere culturen. Bij het kijken proberen we te begrijpen waarom en hoe iemand het beeld heeft gemaakt. Het spreekt voor zich dat we daar kennis van zaken over moet hebben en heel aandachtig moet kunnen kijken. Dergelijk kijken noemen we: ‘beschouwen’. We hebben het dus ook over theorie van beelden. In de drie jaren dat de beeldende vorming verplicht in het vakkenpakket zit, krijg je de mogelijkheid om veel verschillende technieken toe te passen en gelegenheid om met verschillende materialen te werken.: Klei, hout, ijzer, stof, afval, etc. De wereld om ons heen is een heel groot en spannend werkterrein. Veel vormen die we erin tegen kunnen komen, zijn ooit door een mens ontworpen. Denk dan niet alleen aan standbeelden, maar ook bijvoorbeeld aan de vorm van meubels, een vaas, je MP3-speler.
Heel veel mensen hebben vanuit hun beroep te maken met vormgeving; dat is bijvoorbeeld die beeldend kunstenaar, maar ook de etaleur, reclameontwerper, tuinarchitect, modeontwerpster en ga zo maar door. Beeldende vorming heeft een spannend, rijk en heel herkenbaar werkterrein.

Klik hier voor het boekje “Beeldaspecten”
Klik hier voor de beeldaspecten in schema.