Van 1967 tot 2017, van Sint Jorisschool tot Jorismavo. Al vijftig jaar is het tot bloei brengen van onze leerlingen onze missie. De Jorismavo startte als zorgschool en groeide in vijftig jaar uit tot dé kleinschalige, reguliere mavo in Nijmegen. Dit doen we nog steeds in kleine klassen, met ondersteuningsmogelijkheden wanneer het nodig is en met extra uitdaging waar het kan. Het jubileum is een mooi moment om samen terug te blikken en trots te zijn op vijftig jaar (speciaal) voortgezet onderwijs in Nijmegen.

 

In vijftig jaar hebben we honderden, duizenden dromen mee waar mogen maken. Tien oud-leerlingen delen hun droom met ons. Ze vertellen over hun tijd op de Jorismavo en geven ons een inkijkje in hun leven. U vindt de tien bijzondere portretten op deze speciale jubileumpagina. Oud-collega Wil Roozeman heeft een prachtig stuk geschreven over de beginjaren van de (destijds) Sint Jorisschool. Docent geschiedenis en maatschappijleer Cees Faber is in het Nijmeegse archief gedoken en heeft enkele wetenswaardige en historische artikelen en foto’s over onze school gevonden. We hopen dat u de artikelen met veel plezier leest en dat het herinneringen oproept aan de relatie die u met de school hebt (gehad).

Heeft een vraag of wilt u reageren? Neem contact met ons op via jubileum@jorismavo.nl

 


De portretten van de oud-leerlingen.


Pieter

Pieter-Jan Peters

Kim

Kim Smits

Jan

Jan van Hooren

Wieneke van Doorn

Lizzy-Mathieu

Lissy & Mathieu van der Post

Rogier

Rogier Heister

Denise

Denise Baijards

Jip

Jip Buurman

Jeroen Lazeroms

Cees Faber 70's

Cees Faber

 

 


De St. Jorisschool in de jaren ’70

De Sint Jorisschool startte in 1967 als afdeling van de rooms-katholieke lom-school voor meisjes. De afkorting lom stond voor leer- en opvoedingsmoeilijkheden. De schoolsoort is in 1998 samen met het mlk-onderwijs (moeilijk lerende kinderen) opgeheven. Beide onderwijsvormen zijn overigens in 1998 samengevoegd tot een nieuwe onderwijssoort: het speciaal onderwijs (so). De leiding van de Sint Jorisschool was in handen mevrouw Prüst. Op hetzelfde terrein kwam met de Sint Jorisschool een rooms-katholieke lom-school voor jongens. Een gemengde school dus: voor ons nu heel gewoon, maar destijds een grote verandering.

Veel leerlingen op de lom-scholen hadden problemen op wat toen ‘reguliere’ scholen voor voortgezet onderwijs waren, zoals de mavo en de lts. De bedoeling van de Sint Jorisschool school was om deze groep kinderen het mavodiploma te laten behalen.

Een deel van de lessen werd gegeven in enkele noodlokalen (houten barakken) en in leegstaande klassen van de meisjesschool. De houten barakken hadden als nadeel dat het er ‘s zomers erg warm was. In een tijd zonder moderne voorzieningen moest men creatief zijn: Mevrouw Prüst gaf soms enkele leerlingen opdracht om het dak op te gaan en het hele dak onder water te zetten.

De school had zo’n 35-40 leerlingen, meen ik me te herinneren, verdeeld over vier of vijf klassen. Er zaten in een klas dus slechts zo’n zeven a acht leerlingen; het voltallige onderwijsteam bestond uit slechts vijf mensen: mevrouw Prüst, mevrouw Klomp, mejuffrouw Hagemans, de heer Malingré en de heer Roozeman. Elke leerkracht gaf twee of meer vakken.

Al lezend zult U denken dat de leerkrachten met zulke kleine groepen een prinsenleven hadden. Misschien was dat ook wel zo, maar er waren toch ook leerlingen die veel aandacht en begeleiding nodig hadden. Dat vergde veel van onze onderwijskundige en pedagogische aanpak.

Onze leerlingen deden dus na vier jaar eindexamen mavo. Dat ging echter heel anders dan tegenwoordig. In april of mei maakten de leerlingen het schriftelijk eindexamen, maar niet op school: hiervoor moesten ze naar Amersfoort of Utrecht in een ruimte gevuld met kandidaten uit het hele land. In juli volgde het mondeling examen en ook hiervoor moesten de leerlingen naar andere steden. Ze legden hun examen af bij wildvreemde dames en heren. Dat was niet altijd gemakkelijk voor onze leerlingen maar gezakt is er in die jaren geen één.

Vanaf 1970 begon de school enorm te groeien en nam dus ook het aantal leerkrachten toe: als eerste de heer Verwey en de heer Schouten, vervolgens kwamen er steeds meer collega’s bij. De school barstte uit zijn voegen en overal in de buurt werd gezocht naar lesruimtes. Die werden gevonden op bijzondere plekken waaronder een kerk en een vakbondsruimte. Het maken van een rooster was niet eenvoudig, want steeds moest de wandeltijd door de buurt naar het volgende klaslokaal ingecalculeerd worden. Deze situatie was niet lang houdbaar en daarom werd er in een zomervakantie een nieuw barakkencomplex gebouwd waarin de school werd gehuisvest. Hier hebben wij jaren met plezier lesgegeven totdat ook dit weer te klein werd en er verhuisd moest worden naar de Prins Hendrikstraat in het centrum waar een oude school leegstond.

De leerlingen vonden deze plek in het centrum, met patates frites en kroketten in de buurt, heel aantrekkelijk. “Tante Corry” is een naam die vele oud-leerlingen als muziek in de oren zal klinken.

Dit was voor mij als leerkracht de laatste bestemming. De verhuizing naar de Heyendaalseweg kwam voor mij jaren te laat. Maar ik had al mooie jaren genoeg gehad op de Sint Jorisschool.

Wil Roozeman